Een voorbeeldige leerling, dat was ik op de middelbare school. Dat weet ik niet zeker, maar dat denk ik omdat ik vrijwel alles deed wat er van me gevraagd werd en ik geen genoegen nam met een zes. 

Mijn vader was docent op dezelfde school. Tijdens het eten werden verhalen uitgewisseld, mooie verhalen, maar ook frustraties.

‘Hoe kunnen leerlingen van die leeftijd nou zo weinig concentratie hebben? Ik ben nog geen 5 minuten bezig en er zitten er al een paar omgedraaid. Ze doen dit toch voor hun eigen toekomst?!’

Naast de voorbeeldige leerling was ik ook de giechelende leerling. Ik zat voor in de klas (de plek voor de ‘nerds’) en lachte samen met mijn beste vriendin om elk woordje wat er gezegd werd, elke zin die we lazen en elke beweging die we zagen. Als er leuke jongens achter ons zaten, draaide we ons om, om al onze hilariteiten met ze te delen. In dat opzicht sloot ik volledig aan bij het stereotype leerling waar mijn vader zich zo aan stoorde. Ik deed wat er van me gevraagd werd, ik maakte al mijn huiswerk en stelde actief vragen over de lesstof. Alleen deed ik dat vooral wanneer ik alleen was. Op school was ik te druk, met anderen en mezelf.

Het waren niet alleen mijn vader en ik die daar rondliepen, mijn broer was ook van de partij. Je kan je misschien voorstellen hoe mijn moeder er aan de keukentafel bij zat. Vooral geconcentreerd op haar bord deed ze af en toe een goede poging tot integratie.

‘Jullie hebben het nu over die van Engels toch?’

‘Nee mam, hij is van Aardrijkskunde.’

Mijn broer was niet zo leergierig, broer was meer van wiskunde, de cijfertjes. Mits het geen wiskunde was, nam hij wel genoegen met een zes. 

 

Maar goed (bijna) het hele gezin, de hele dag in hetzelfde gebouw en dezelfde fietsroute naar dat zelfde gebouw toe. (Nog niet eens gesproken over neefjes)
Ik kende het verhaal van de docenten.

Ik wist de belevenissen van een leerling en,

ik hoorde het perspectief de ouders aan.
Maar beleefde ik ook het verhaal van een puber meisje?