Ik gooi mijn fiets in het rek,

sprint langs de kiosk richting perron 4B.
Het fluitje klinkt en ik weet genoeg.

Om acht uur op de hoek, maar ik app:
‘Sorry ben er vnv niet bij’
‘Oke is goed.’

 Het feest gaat door en ik voel genoeg.

Ik vlieg naar de andere kant van de wereld.
en kom drie maanden later terug
en weet meteen genoeg:

het leven is doorgegaan.
Ik heb niks gemist.
Ik werd niet gemist.

Ik lig op de bank met een dekentje, thee en poes.

Mijn telefoon gaat.
‘Kan je niet tóch komen??’ Luid geschreeuw.
‘Het is anders zonder jou.’
Ik voel genoeg.

Na een drukke dag, in een volle trein,

een bericht op mijn scherm:
‘Ik heb de tafel gedekt omdat ik dacht dat je thuis zou eten
Tommie kijkt me heel zielig aan.’
Ik wist genoeg.


De kou werd warm en de leegte vol.
Fysiek alleen, maar in gedachten niet.
Ik wil daar zijn, als een bekende terugdenkt
aan zijn goede oude tijd.
Ik wil zijn in geheugens,
herinneringen zijn.
Juist op de momenten waarop ik niet ben,
wil ik daar zijn.

Ik laat mij
gemist
worden.